Anencefalie ( open schedeltje ) Maévy haar verhaal.

Het verhaal van Maévy


Hoe anencefalie mijn nachtmerrie werd


Woensdag 20 mei 2026


Om half twee moest ik opgenomen worden in het Sophia Kinderziekenhuis. Ik kreeg meteen een infuus, voor het geval ik later morfine nodig zou hebben. Ook namen ze bloed af.


Er werd veel uitgelegd. Over de bevalling. Over wat er kon gebeuren. Maar ook over onze wensen.
Die waren simpel.


Foto’s.
Een waardig afscheid.
Ons meisje op mijn borst houden.
Fysiek contact.


We hadden een klein doosje meegenomen voor haar, met een hydrofiel doekje waar onze mooie meid in mocht liggen. Ook een blauw knuffeltje. Ik hield nu al zoveel van haar. Wij allebei.


Misoprostol. Dat waren de tabletten die ik kreeg. Om 14.15 begon ik met de eerste. Drie uur later weer één. En zo gingen we de hele nacht door.


Ik had verwacht dat het snel zou beginnen. Veel bloedverlies. Pijn. Paniek. Maar er gebeurde niets.


Dus ging de nacht voorbij met om de drie uur een tabletje, controles, wachten en proberen te slapen.


Donderdag 21 mei 2026


Om 05.15 werd ik wakker gemaakt.


Bloedprikken. Bloeddruk meten. Tabletten innemen. Paracetamol.
Het begon bijna normaal te voelen.


Maar lichamelijk voelde ik nog steeds niets. Ik had inmiddels al zoveel tabletten gehad, en toch gebeurde er niets. Ik moest deze hele dag nog doorgaan.


Ondanks alles hebben we die dag nog veel gelachen. Ik probeerde bewust te genieten van het idee dat ons meisje nog veilig en warm in mama’s buik zat. Waar ze hoorde.


Het idee dat ik moest gaan bevallen, en haar daarna niet meer bij me zou dragen, voelde ondraaglijk verdrietig.


Alles aan haar was perfect.
Haar hartje. Haar orgaantjes. Haar lipjes. Haar oortjes. Haar handjes, voetjes, beentjes en teentjes.


Alles klopte.


Één foutje.
Zo klein, maar tegelijk zo allesverwoestend groot.


Hoe kon dit ons overkomen?
Wat hadden wij gedaan om dit te verdienen?


Later die avond kwamen mijn moeder, zusje en broertje nog langs. En gek genoeg hebben we ontzettend gelachen. Tot slappe lach aan toe.


En toch voelde dat vreemd.
Hoe kan ik lachen terwijl ik weet dat ik straks mijn overleden kindje ter wereld moet brengen? Alsof ik me daar schuldig over voelde.


Rond tien uur ’s avonds kwam de verpleging binnen. Ze vroegen of het misschien beter was om mijn lichaam wat rust te geven en de tabletten voor de nacht te stoppen. Misschien zou het dan de volgende ochtend doorzetten.


Ik ging akkoord.


Hoe langer het duurde, hoe langer ik nog kon genieten van onze kleine meid.


We keken nog wat Grey’s Anatomy en probeerden te slapen.
Onze kleine meid.


Vrijdag 22 mei 2026


De engste, mooiste, gelukkigste en meest traumatische dag van mijn leven.


Lieve Maévy, jij kwam vandaag ter wereld.
Om 14.42 uur.


Je kleine zachte handje was perfect.
Zo af was je.


Die ochtend werd ik wakker gemaakt door de verpleging.


Vandaag gingen we de tabletten vaginaal inbrengen. Ze vroegen of zij het moesten doen, of dat ik het liever zelf deed.


“Ik doe het zelf liever,” zei ik.


Dus om 06.15 deed ik dat.


Dat moment voelde alsof alles echt werd. Alsof ik een grens overstapte richting het verliezen van ons meisje. Het voelde geforceerd, onwerkelijk en intens verdrietig.


Ik probeerde nog wat te slapen, maar al snel voelde ik gerommel in mijn buik, onderrug en bovenbenen. Ik wist: vandaag gaat het gebeuren.


Om 09.15 kwamen ze opnieuw langs. Nog steeds geen bloedverlies. Weer een tabletje.


Na dat moment gingen mijn vriend en ik even naar beneden. Een rondje lopen. Even naar de Albert Heijn.


Plots moest ik ontzettend nodig plassen. Maar er kwam bijna niets. Boven gebeurde precies hetzelfde. Ik snapte er niets van.


De verpleegkundige stelde me gerust. Het hoorde erbij.


Rond elf uur begon het bloedverlies. Licht. Slijmerig. Maar het begon.


De rugpijn werd erger. En mentaal begon ik steeds verder weg te zakken, al probeerde ik sterk te blijven voor onze kleine meid.


Om 12.15 kwamen ze opnieuw langs.


Ik vroeg nog:
“Moet ik dit tabletje echt nog innemen? Het bloedt al en het doet steeds meer pijn.”


Ja, zeiden ze. Het kon geen kwaad.


De arts kwam langs en ik vroeg nog om een echo. Eigenlijk wilde ik gewoon nog één keer naar haar kijken. Ik verwachtte dat haar hartje niet meer zou kloppen.


Maar daar was ze nog.


Onze lieve Maévy spartelde vrolijk rond in mijn buik. Alsof niets haar kon raken. Ons eigenwijs meisje. Ons sterke vechtertje.


Ik schrok ervan, maar tegelijk was het ongelooflijk mooi om haar nog één keer zo te zien.


Niet veel later veranderde alles.


Plots voelde ik een warme golf. Alsof ik volledig doorlekte. Ik rende naar het toilet en mijn maandverband was compleet doorweekt. Op de po verloor ik grote stolsels. Het voelde verschrikkelijk.


Mijn vriend zette een stoel naast me zodat hij bij ons kon zijn.


De verpleegkundigen kwamen kijken. Eerst leek het nog normaal. Tot het bloedverlies bleef doorgaan.


Steeds meer bloed.
Steeds meer stolsels.


Ze wilden dat ik op bed ging liggen, voor het geval het snel zou gaan.


Ik lag daar met matjes onder me, benen gespreid, terwijl alles ineens heel serieus werd. Alsof ik midden in een echte bevalling terecht was gekomen.


Er kwamen meer verpleegkundigen bij. Ze raadden me aan om toch morfine te nemen.


Toen brak ik.


Ik begon te huilen terwijl ik ondertussen steeds meer bloed verloor.


De arts deed meerdere inwendige onderzoeken. Een echo. Ik werd gekatheteriseerd. Alles gebeurde ontzettend snel.


De weeën kwamen om de paar minuten. Daarna bijna om de dertig seconden.


Maar ik had nog steeds geen ontsluiting.


Toen begon het bloedverlies levensgevaarlijk te worden.


De matjes moesten constant vervangen worden. Ik voelde me duizelig. Mijn armen en benen begonnen te tintelen. Mijn hartslag schoot omhoog.


Ik verloor uiteindelijk meer dan een liter bloed. Mijn bloeddruk zakte naar 68/34.


Vanaf dat moment werd alles wazig.


Ik hoorde dat ze zich zorgen maakten. Dat het niet goed ging.


Ze besloten me met spoed te opereren.


Pas toen besefte ik hoe ernstig het was.


Ik moest mijn sieraden uitdoen. Mijn kleding uit. Alles ging razendsnel. Ik weet niet eens meer hoe mijn sokken uit zijn gegaan.


Onderweg naar de operatiekamer maakte ik nog grapjes met de verpleegkundigen.


Ik gaf mijn vriend een laatste dikke kus.


En toen begon het.


Iedereen stelde zich voor. De anesthesist. De artsen. De verpleegkundigen.


Daar moesten ze om lachen.


Een lieve vrouw zei:
“Slaap lekker.”


En daarna werd alles zwart.


Tijdens de operatie verloor ik opnieuw veel bloed. Ik kreeg medicijnen, vocht en adrenaline toegediend. Het was levensbedreigend. Ook werd ik geïntubeerd.


Om 14.42 uur werd Maévy gehaald via een curettage.


Toen ik wakker werd op de uitslaapkamer, had ik een raketje in mijn hand.


Naast mijn bed stond een emmertje. Daar lag Maévy in.


Niet meer compleet.


Ik kreeg te horen dat ze haar niet intact hadden kunnen halen. Dat vasthouden, kroelen en de watermethode niet meer mogelijk waren.


Dat brak iets in mij.


Maar toch besloten we haar te bekijken.


En oh… wat waren haar kleine handjes perfect. Met haar mini nageltjes. Zo mooi. Zo compleet.


Mama en papa wilden haar ook nog even zien.


Een lieve verpleegkundige maakte handafdrukjes en een kaartje.


Zes gram.


Dat was alles wat er nog van haar over was.
Zes gram.


Een handje.
Een stukje van haar rompje.


Maar ze was ons meisje.


Onze dochter.


Die avond lag ze mooi in haar doosje, met haar knuffeltje en mijn briefje, ingewikkeld in haar doekje.


Voordat ze haar kwamen ophalen, deed ik nog vier dingen.


Ik raakte haar handje aan.
Ik zei dat ik van haar hield.
Ik gaf het doosje een kus.
En ik keek nog één keer.


Het voelde nog steeds niet echt.


Die nacht lag ik naast mijn vriend in bed. We praatten wat, keken Grey’s Anatomy en probeerden te slapen.


Maar mijn lichaam bleef aanstaan.


Wat als ik opnieuw bloed verloor?
Wat als mijn hart het niet aankon?
Waarom voelde het verkeerd om mijn ogen dicht te doen?
Waarom was mijn buik ineens leeg?


Leeg.
Leeg leeg leeg.


Rond half twee begon ik te huilen. Van gemis. Van angst. Van alles wat had kunnen zijn.


Mijn vriend kriebelde me zachtjes tot ik in slaap viel.


Wat een lieve man.


Zaterdag 23 mei 2026


Die ochtend werd opnieuw bloed afgenomen.


Nieuwe naald. Nieuwe prik. Nieuwe blauwe plekken.


Mijn hemoglobine was verder gezakt. Bloedarmoede.


Ik kreeg ijzertabletten mee en mocht naar huis.


Naar huis.


Maar hoe ga je naar huis zonder baby?


Hoe stap je terug in een wereld die gewoon doorgaat terwijl jouw wereld compleet stil staat?


Ik reed in een rolstoel naar de auto.


De hele rit naar huis voelde onwerkelijk.


Ik snapte niets meer van het leven.


Sindsdien herbeleef ik constant alles. Ongevraagd. Beelden, gevoelens, paniek. Ik schiet plotseling vol emotie. Ik heb spijt van dingen die ik anders had willen doen.


Had ik maar langer genoten.
Had ik haar maar langer gedragen.
Had ik haar maar nog één keer gevoeld.


Nu zit ze in de hemel.


Op mijn schouder.


Maar niet meer veilig in mijn buik.


Het is nog maar drie dagen geleden, maar de tijd vliegt voorbij. Mijn borsten geven melk. Voeding die voor jou bedoeld was, lief meisje.


Het is overleven.


Mijn hoofd staat honderd keer per dag aan.


En toch… ik hoop dat de littekens blijven. De strepen op mijn lichaam. De plekjes van de infusen.


Tastbare herinneringen aan jou.


Ik zou dit allemaal nog duizend keer doen om jou in mijn armen te mogen houden. Om je neusje te zien. Je mondje. Je teentjes. Je oortjes.


Ik weet zeker dat je perfect was geweest.


Lief meisje…
Ik hou van jou.


Mijn dochter.


Wacht je op mij daarboven?


Mama komt later heel veel met jou spelen.


Ik zal oude kleding aantrekken.
 
Terug
Bovenaan