De menstruatiecyclus verloopt in twee fasen
De menstruatiecyclus verloopt in twee fasen. De eerste fase is die waarin de eicellen groeien en rijpen. In die periode maken de eierstokken het vrouwelijke hormoon oestrogeen, dat zorgt dat het baarmoederslijmvlies zich voorbereidt op een eventuele innesteling van een bevruchte eicel. Aan het eind van de eerste fase maken de hersenen bovendien een hormoon aan dat de eisprong in gang zet: het LH, of Luteïniserend Hormoon.
De duur van de menstruatiecyclus wordt vooral bepaald door de eerste fase. Bij een gemiddelde cyclus van 28 dagen valt de eisprong op dag 14, precies in het midden. Maar als de cyclus langer of korter duurt, verschuift de eisprong naar voren of naar achteren. De eerste fase kan dus ook een week duren, of drie of vier weken.
Vlak voor de eisprong is een eicel zo groot als een speldenprik: 0,1 millimeter in diameter. Daarmee is de eicel verreweg de grootste van alle lichaamscellen. Per maand komt er in de regel slechts één eicel vrij.
De tweede fase van de cyclus, na de eisprong, duurt altijd veertien dagen, met hooguit twee dagen verschil. In de tweede fase van de cyclus maken de eierstokken het vrouwelijke hormoon progesteron aan. Dat zorgt ervoor dat de baarmoeder een eventueel ingenesteld embryo niet afstoot. Maar progesteron legt niet alleen de baarmoeder lam, maar tegelijkertijd de darmen. Daardoor kun je vlak voor je menstruatie last hebben van verstopping
@Josh, de eerste fase kan inderdaad wisselen!!!! De tweede fase van de cylcus dus de fase NA de eisprong is altijd om en nabij de 14 dagen. Of je nu een cyclus hebt van 40 of 28 dagen of je nu 1 keer per maand of 2 keer per jaar menstrueert.